Lezen!

Uittocht der dieren

 
Het oude dierenpark ligt er verloren bij
de vlindertuin, het biogron, de savanne-
weide, het africanium staan leeg en te
verkrotten of zijn gedeeltelijk al gesloopt.
 
De dieren zijn met enig schijnvertoon
verhuisd naar het Wildlands Adventure Zoo
waarna het bedrijf op veel toeristen rekende
en waar het stilletjes nog steeds op hoopt.
 
En ondertussen klinkt de roep van het dierenvolk,
de olifanten, zebra’s, ringstaartmaki’s, de varaan
om eerdaags terug te keren naar hun vroegere stek.
 
Kijk niet verbaasd als dat splinternieuwe hek
wordt platgewalst en ze als de weerlicht remigreren
onder ’t mom: aan ons lijf geen avonturen meer!
 
Willem Haandrikman

Kneepje in den bil

Op gezette tijd krijg ik lezerij aangediend van het LiteratuurMuseum. Dat is altijd waard door te nemen. Deze keer extra aandacht aan Nicolaas Beets en zijn ‘Camera Obscura’. Doorscrollend kwam ik een artikel tegen van Chris-tiaan Weijts over de achtergronden van het boekenbal. Ik ben geen feest-beest en van het boekenbal weet ik nagenoeg niets. Ik bezit wel alle boeken-weekgeschenkboekjes vanaf ongeveer 1940, maar de opening van het  boekenweek beschouw ik als iets onzinnigs. Het gevoel ergens bij te moeten zijn geweest ontgaat mij ten enenmale. Liever zou ik mij achter een pilaar ver-schuilen en er later een voor niemand herkenbaar verhaal over publiceren. Bij het artikel staat een bijna iconisch geworden foto afgebeeld. In het midden staat Koningin Juliana. Ze wordt als de queen bee omringd door een aantal vandaag de dag totaal vergeten schrijvers of dichters, behalve natuurlijk de altijd op het boekenbal aanwezige Harry Mulisch (en als hij er niet was, dan werd hij gegarandeerd enkele keren telefonisch opgeroepen) en Gerard Reve, die aan de rimpels in het voorhoofd en de lichte schrik op het gezicht van onze toenmalige staatshoofd te zien, haar iets onoirbaars toefluistert, zoiets als ‘Het zijn allemaal gekken en halvegaren, majesteit’ of ‘Laat Benno zich met of zonder pijp pijpen?’. Een grapje uit die dagen -moet kunnen- die de strapatsen van haar gemaal op schalkse wijze illustreerden. Gezien de status van Neerlands beroemste volksschrijver in wording zou hij dit best gezegd kunnen hebben. Een andere mogelijkheid is dat hij haar precies op het juiste moment eventjes speels van achteren beroerde. Hij was al enige tijd van de damesliefde af, het kon dus geen kwaad en #metoo lag nog heel ver in het verschiet. Ik zal uiteraard nooit op een boekenbalavond aanwezig zijn en dat spijt me niks. Ja, dat zeggen ze altijd, hoor ik in mijn achterhoofd. Net als ‘Ik zal elke literaire prijs weigeren’. Dat doet dus ook nooit iemand, tenzij je W.F.Hermans heet en je gaat mierenneuken over een nulletje te weinig. Neemt niet weg dat lezen over zulke spraakmakende evenementen heel plezierig is. Ik raad het een ieder aan. Over enige tijd is het weer zo ver. Mogen we weer een boek + geschenk aanschaffen. Nog 6 weken wachten.

Willem Haandrikman.

Pauzeoptreden

We waren naar een optreden van A Bunch of Bikkels in het Kanaalster Theater. A Bunch of Bikkels is een verzameling muzikanten die een  hilarische rockshow opvoeren. Alles wat door de jaren heen aan stijlen in de popmuziek voorbijkwam, vergroten zij uit en blazen het op. Een potpourri van Abba tot Zappa, alles schijnbaar voor de vuist weg gebracht. Het programma bestond uit twee sets, met een pauze ertussen van een half uur. Zo las ik in de folder. Ik haat theaterpauzes. Meestal blijven we daarom in de zaal. Als deze is leeggelopen, het geluid van stemmen en schuifelende voeten zijn weggestorven en de deuren gesloten, bevindt je je in een bijna sacraal aanvoelende omgeving. We zaten op de derde rij. Naast ons waren er nog een paar mensen blijven zitten, verder was de zaal leeg.

Terwijl de bezoekers zich in de foyer en belendende ruimten te goed doen aan hun moeizaam verkregen versnapering, gebeurt er niet zelden  iets aardigs in de zaal. Zo herinner ik mij nog goed dat tijdens de pauze van een voorstelling van Freek de Jonge Oh Mercy van Bob Dylan op volle sterkte werd gedraaid. Alsof de ouwe Bob een huiskamerconcert voor ons gaf. Ik heb die plaat nooit beter ervaren dan in dit theater.

Terwijl wij zaten na te genieten van het alreeds gebodene, hoorden wij achter de gordijnen van het podium stemmen en meteen daarna stak de drummer van de band zijn hoofd naar buiten en keek even snel rond en zei ‘Moi’. Wij keken elkaar verbaasd aan. Meteen daarna schoven de gordijnen een stukje open en verschenen de leden van de band met akoestische instrumenten voor het doek en begonnen zonder boe of ba te spelen alsof hun leven er vanaf hing. Liedjes van Lonnie Donegan, van Trini Lopez en van The Pogues passeerden de revue. Toen de bel ging als teken dat de pauze ten einde was, hielden ze ogenblikkelijk op en verdwenen spoorslags achter het doek. Alleen de gitarist keek ons nog een seconde strak aan, legde zijn vinger op zijn lippen en trok toen het doek dicht. Een moment dachten we dat we gedroomd hadden. De mensen naast ons overkwam hetzelfde. We zeiden tegen elkaar er met nooit niemand over te praten. En dat zouden we dus ook nimmernooit doen. U weet er dus van, maar meer ook niet!

Willem Haandrikman.

Snoepjes

Ze leek me niet ouder dan 17, maar was gedoemd vroeg oud te worden. Ze deed de afgerekende boodschappen in haar tas en zei ‘Ik geloof dat ik niet alles kan betalen, laat die ijsjes maar liggen, die haal ik later wel op’. ‘Is goed’ zei de kassamevrouw. Zij zou bekant haar oma kunnen zijn, maar als kleine super slik je veel. Het meisje betaalde met een 20-eurobiljet. Ze had net genoeg. Toen zei ze ‘Hebben jullie ook jellybreads?’ Jellybreads’, zei de kassamevrouw, ‘Wat is dat?’ ‘Dat zijn snoepjes, hele lekkere. Je hebt ze in verschillende smaken’ zei het meisje met duidelijke verbazing in haar stem.

‘Dan moet ik even kijken’ zei de mevrouw en ze liep naar de snoepschappen.

Het meisje volgde haar. De twee verstandelijk beperkte hulpen kwamen langzaam naderbij en bekeken het frivool getopte, bloot gebuikte meisje met glimogen. ‘Nee, die hebben we niet’ zei de mevrouw hoorbaar geïrriteerd. ‘Nou jammer dan’ zei het meisje. Ze pakte haar tas met boodschappen en liep met geheven hoofd de winkel uit. ‘Ik moet dit even terugbrengen hoor’ zei de mevrouw tegen het rijtje wachtenden. Ze nam de doos ijsjes en haastte zich naar de achterhoek in de winkel. ‘Je zou zo’n del toch een rotschop geven’ hoorde ik iemand achter mij zeggen.
Willem Haandrikman

Op vol vermogen

Buiten bereik. Mijn mobiel schreeuwt om contact, zendt op vol vermogen de boodschap uit dat ik er ben en dat ik praten wil, wil appen, sms-sen, desnoods het weer bekijken. Maar er is niks. Geen service, zegt het scherm al de hele dag. Het driehoekje dat de ontvangst aangeeft, is leeg.

Het derde uur van mijn hondenwacht begint en ik zit aan de kaartentafel te werken op mijn tablet. Ik tik het woordje ‘een’ en de spelling suggereert om door te gaan met ‘dooie’, ‘vrouw’ of ‘zeilboot’. Ik wilde schrijven: een passagiersschip aan de horizon. In gedachten ben ik daar aan boord en dans terwijl het orkest enthousiast een walsje speelt.
Peter Veen
(Fragment uit Hondenwacht: https://1boek.nl/artikel/9789082821208/hondenwacht)

Nabijheid

Je weer te zien
al was het maar voor even
in de nabijheid van stilte
en dat ik dan zwijgend
naar je kijken mocht
alleen dat, alleen maar kijken
en profiel, zo van opzij
een paar minuten maar
de aanblik van jouw gelaat
zo dichtbij
genoeg
om mij opnieuw met jou
te vullen
even maar
even, en dan voorbij
Ria Westerhuis

Tjeerd

Ze noemden hem peerd – hij had geeneens een paardenbek – en was het doelwit van spot. De jongens sarden hem, de meisjes lachten hem uit. Gewoon, om een pispaal te hebben.

En dat liet hem koud. De beledigingen waren als water op de rug van een eend. Alsof hij wist: ‘Later! Wacht maar, later!’

Het is prettig als een leerling in de klas goed is in je vak. En bij natuurkunde… Dat komt – eerlijk gezegd – weinig voor op het Drentse platteland. Leergierig, kort en bondig in zijn antwoorden en oplossingen van opgaven, soms zag ik zelf een flits van genialiteit in zijn aanpak. Ook daarom was hij mijn held.

Wat hij van dat ‘later, later’ gemaakt heeft, weet ik niet. Hij is uit mijn gezichtsveld verdwenen.

Af en toe denk ik met een glimlach aan hem. Het was in de examenklas dat zelfs ik me eens aan het stoorde. Nee, dat is het woord niet. Het stoorde me niet, het was me alleen opgevallen dat hij al maanden dezelfde trui droeg. Een buitenmodel trui met ruwe steken, in een grauw soort bruingele kleur. Normaal let ik niet op kleding van de leerlingen, maar dit was niet te missen en maakte mij nieuwsgierig.

‘Je houdt zeker wel erg van deze trui’. In de hoop dat tact zou helpen.

Hij haalde de schouders op en schudde het hoofd. ‘Het oma breid’. Dat moest het verklaren, vond hij.

Ja, en dan nog…? Dacht ik.

‘Dan hoeft ie toch niet steeds aan. Moet je hem niet eens wassen.’ Tact verdwijnt soms snel.

Weer schudde hij en keek me aan. Er lag iets hopeloos in die blik.

Intussen was er rumoer ontstaat in de klas en moest ik corrigerend gaan optreden. Gedoe met jassen, tassen, gooien met een pen, het gebruikelijke.

Terwijl ik weg liep bij Tjeerd hoorde ik zachtjes het antwoord.
Johan Bordewijk

Het Buitenleven

Ik stond me in de keuken bij het aanrecht te poedelen toen er gebeld werd. Ik kon de manier van bellen niet meteen thuisbrengen. Schoolkinderen trekken anders aan onze antieke bel dan oudere mensen en meneer Bee, die jaarlijks met loten voor de Bijenstichting en de instandhouding van het lijkenhuisje langskomt, rukt er altijd als een bezetene aan, kennelijk in de veronderstelling dat wij even doof zijn als hij. Zonder de persoon gezien te hebben raadde ik een man van een jaar of veertig. Ik droogde mij af, wierp een blouse om de schouders en liep naar de voordeur. Het klopte. Hij was een ietwat duister uitkijkende man, geheel in het wit gekleed, met op zijn rever een batch met een hondenkop. Ik kende de man niet. ‘Koedemorken,’ zei hij, ‘wij collecteren voor de stichting Zwerfhonden in Nood in Kierkiezië en nu wielde ik u vragen om… ‘ Hierna verstond ik hem niet goed meer, want zijn taal ging over in een soort Russisch, waar sporen van oud-Katwijks in doorklonken. Toen hij uitgesproken was en ik voor mezelf wist dat ik niets zou geven, omdat ik in de man een zwendelaar zag, zei ik ‘Ik kan u niet van dienst zijn, ik zal niets kunnen bijdragen’. ‘Waarom niet?’ zei de man bars, ofschoon dit hem geen bliksem aanging. ‘Van mevrouw de baronesse niet’, zei ik, want dat maakt altijd indruk. Het is een onschuldig leugentje, waar menigeen intrapt en dat ons al veel geld heeft bespaard. Mijn vrouw zegt in haar plaats als ze een collectant niet vertrouwd, dat de baron niet thuis is. We doen ons best dit zo geaffecteerd mogelijk uit te spreken. Nu werkte het echter niet. Daarom zei ik dat elke deurbezoeker opgenomen wordt. Ik zag de man schichtig rondkijken. ‘Hoe dan?’ zei hij. Ik wees naar boven. ‘Maar dat is kewoon een lichtindicator’ zei hij. ‘Dat denkt u, maar het is een bewegings-camera en u staat er geheid kraakhelder op’. ‘Wilt u okenblikkelijk die beelden er af halen dan’ zei de man dreigend. ‘Ik denk er niet an’ zei ik en gooide de deur in het slot. De man stond perplex nog wat te schreeuwen en liep toen weg. Aan de straat stond een oude Toyota Starlet, waar hij in stapte en die door iemand anders met slippende banden werd weggereden. Omdat de onverlaat het hek niet goed had dichtgedaan, liep ik er naartoe en sloot het. Ik keek meteen even in de brievenbus en vond daarin een folder waarop een groepje spiernaakte mensen stond. Ik wist niet wat ik zag. In dít dorp?! Het bleek een ledenwerfaktie voor een op te richten naturistenclub te zijn. Ik stond in lichte verbazing nog bij het hek, toen meneer Bee langsfietste en mij toeschreeuwde ‘Wordt u ook lid, baron?’. ‘U wel dan?’ riep ik terug. ‘Ik wel en de vrouw ook’. ‘En wij ohook’ jodelde onze buurvrouw over de heg. ‘Lijkt me reuzeleuk’, voegde ze er aan toe. Ik maakte maar gauw dat ik binnen kwam. In wat voor wereld leven we eigenlijk, zei ik tegen Karel de kat, maar hij schudde zich los en begon een alleraardigst wijsje te spinnen.
Willem Haandrikman

Wegens omstandigheden

Wegens omstandigheden
gratis af te halen
veelvuldig vervloekte cursor
incl. schijnheilig wit
Mischa van Huijstee

Drentse landbouw

Wat je hier in agrarisch opzicht ziet
Is dat de Drentse boer zijn vak verstaat
Hij ploegt en zaait, strooit stikstof en fosfaat
Waarna hij water op de aanplant giet

Voor aflossing op zijn bancair krediet
Werkt hij zich landbouwkundig uit de naad
En daardoor kan hij dan vaak ‘s avonds laat
Pas met zijn echtgenote van acquit

Door wet, politie, Brussel en klimaat
Verbouwt een Drentse boer geen nederwiet
noch zuidvruchten, katoen of suikerriet,
Papaver, kokosnoot of nootmuskaat

Zodat hier weinig anders wortel schiet
Dan mais en aardappels en suikerbiet.
Gezienus Omvlee

De Grieken

Doe wij nog ies gien taol beheerden,
de woorden lus,zunder een vast verbaand,
was er in heul de wereld maor een laand,
waor ze as kinner al het werkwoord leerden.

Homerus bezurg er in zien deurwrochte taol,
de wederwaordigheden van zien helden,
Die an wel eeuwen laoter kwamen,vertelden,
wat leven is en liefde,in een verhaol.

En nou zul wij de naozaot van die dichter,
verstoten oet oes vast verbaand
en zeggen: IJ hebt de portemonnee wat lichter

As oes veur ogen stun! Gebroek je Verrstaand!
how,hol op,dit Griekenlaand is niks aans
As oes vergeten,verleuren vaoderlaand!
Gerard Nijenhuis

Twee iendrukken

Ien t spiegeltje zie k Marieke n beetje schoeven op e achterbaank. Ze wiet dat ze heur ienholden moet noa mien drokke waarkweek en gelukkeg zeurt ze vanmiddag niet. Aander vrijdoagen voak wel; meest geliek bij t ophoalen begunt het al en gijt t over eten of dörst of school of heur mamme of wiet ik veul. Nou heur k niks, nou zit ze noast heur rooie weekendtas en holdt e hiele reis n knuffelbeer op schoot. Ze wacht geduldeg tot we der bennen.
Op t roeme manegeterrein parkeer k noast n riegje fietsen en help Marieke met t omkleden: n boksem veur t peerdrieden, n trui en nije swaarte stevels het heur mamme apart ien n grote plastik puut boven ien e tas doan – n cap kin ze vast dizze eerste keer wel lenen – stijt op n briefke wat ok ien die puut zit. Ik loat het pepierke votwaaien, met opzet.
Bij n groepke wichter wat veur n deur stijt, loat ik Marieke achter, zo wil zij het en ik vien t al laang best. Sanne uut heur klas is één van dat groepke zie ik, dat zel t wel weden. Zulf kuier ik weerom noar de auto en stap ien. Geliek hoal k het tillefoontje uut e buus en goa post bekieken, mor nee, t is niet veul biezunders en ik druk het ding uut.
Denkelk duurt dat peerdrieden n uur, ik har t zonet vroagen moeten, en k besluut zo laang n beetje rond te kieken. t Parkeerterrein is onverwacht waarm en n beste streep zun valt laangs het schuurdak op e rieg wichterfietsen en schampt mien auto. t Colbertjaske doe k uut en mik dat op e achterbaank, t valt krekt over de weekendtas en e beer.
Der bennen gien aander olders om eefkes met te proaten en doarom loop ik t endje noar de weg en dan weer terug noar t parkeerplak. n Hond scharrelt bij de openschoven grote staldeuren en zomor fluit ik; t beest droaft noar me toe en wrift stief tegen mien been. Misschien komt nou hoar an die boksempiep, mor ik loat het dier geworden. De hond lopt n poar stappen noar de stal, kikt om, liekt op mij te wachten en och, ik kuier doarom mor achter hum aan.
An weerskaanten van t brede gaangpad bennen hokken en ien elks doarvan stijt n peerd. Het eerste peerd boegt rusteg over t haalve deurke as ik der laangs loop en ik leg mien haand tegen zien snoet. Ok bij n volgend peerd doe k het en bij n aander klop k op zien haals. Der kringt n beetje stof omhoog zie ik.
De hiele rieg peerden goa k bijlaangs: stevege, waarme beesten bennen t. En ientussen wiet ik dat t n goed weekend wordt met Marieke; domt patat hoalen, vanoavend kinnen we n film kieken en misschien mörn gewoon noar t bos. t Verboasde me eerst dat Marieke juust dat mooi viendt, mor nou snap ik heur.
Achterien e stal wil k omdraaien, mor k zie ieneent n endje rechts n grote bak woar n koppeltje peerden achter nkander aansjokt. Aalmoal hemmen ze n zulfde soort wichtje op e rug. An n blaauwe cap herken ik Marieke, ze zit op n moager wit peerd. Ik wil heur niet òfleiden en loop de stal weer ien. Of toch niet, ik draai me vannijs om, want k heb argens wat bekends zien.
Midden ien e grote bak stijt Anna. Of één die veul liekt op Anna.
n Grote vraauw stijt ien t geel-broene zaand, heur pluushoar wringt ien n steert van achtern uut n voalblaauw petje. Heur gezicht kin k niet goed zien, mor ik zie heur handen; n zweep met n laang koord het ze ien e rechter en e linker holdt ze tegen de heup.
Die handen, die waarkhanden vuul k ieneent weer om mien scholders, de doemen an e veurkaant. De òfdruk zie k aanderdoagsmörns nog. Ik was me an heur wastoavel en duur amper noar mien spiegelbeeld kieken, mor ik moet wel kieken noar mien scholders, noar mezulf, noar de veurbijvlogen nacht.
Aander nachten kwammen, doagen, weken zulfs tot het uutdoofde. Ik liet het uutdoven.

Vremd licht ien e kop slof ik noar de auto en ien e glimmende deur zie ik me aankommen: n old worden, host koale man, de moagere aarms zwaaien noast zien dik lief. Ik kiek, ik moet wel kieken.
Zomor schop ik n deuk ien e autodeur en t spiegelbeeld knikt haalf vot. Dan hoal ik diep oadem, vuul dat e lucht mien longen beriekt en schop met e aander voet n tweede deuk. Het beeld is nou hielemoal vot.
Tonko Ufkes

Herfstwals

Het losgerukte blad verkent de straat
was het daar trillend aan de boom gebleven
dan had het nu niet zo ver kunnen zweven
en danste het niet speels in driekwartsmaat

een straatlantaarn beschijnt met karig licht
de takken die hun lange schaduw zwaaien
en onvermoeibaar naar de voeten graaien
van wie daar gaat in wankel evenwicht

dit is de herfst en hier is alle kleur
waarmee hij briesend onze dag komt verven
nog even hevig voor die gaat versterven

het grauw verovert langzaamaan de lucht
de zomergasten zijn allang gevlucht
de stille winter klopt reeds aan de deur.
Suze Sanders

Kwatrijn

Was ik Rimbaud, ik zag kalessen, draken,
tamboers, een mijnstreek, galerijen, staken.
Maar nu zie ik wat weiland met een koe,
meer kan ik er waarachtig niet van maken.
Rob Boudestein

Zeker

Terwijl zij boodschappen doet, wacht ik met draaiende motor, dubbel geparkeerd in een drukke winkelstraat. Al snel komt ze de winkel uit en stapt gedecideerd in de auto voor me, die ook dubbelgeparkeerd staat te wachten. Hij rijdt weg en verdwijnt in het verkeer. Stomverbaasd blijf ik staan en wacht. Even later komt ze de winkel uit, opent het portier en stapt bij mij in de auto. Behoedzaam rij ik weg. Ik zeg niets. Wat zou ik kunnen zeggen. Ze was het, ik weet het zeker, maar ze was het ook heel zeker niet.
Peter Veen

Advertenties

De schetsen van het Drentse leven rond 1880 zijn van George Hendrik Breitner, Collectie Rijksmuseum.

%d bloggers liken dit: